Eigenschappen van de gele cupressocyparis leylandii
Cupressocyparis leylandii 'Castlewellan Gold' is een wintergroene haagconifeer met een opgaande, dichte groei. Deze cultivar groeit iets langzamer dan de groene leylandii. De goudgele schubben behouden hun kleur het hele jaar door.
- Standplaats: Geschikt voor goed doorlatende zand-, leem- of kleigrond met een pH-waarde tussen 5,5 en 7,0. Deze coniferen groeien in de zon en in de halfschaduw maar op een zonnige plek is de gele naaldkleur intenser. Vermijd natte grond om wortelrot te voorkomen.
- Biodiversiteit: Vogels, insecten en andere kleine tuindieren vinden onderdak en bescherming in de dichte groei van deze gele haagconifeer.
- Bloei: De goudgele leylandii bloeit niet maar ontwikkelt tussen maart en mei groene, bolvormige kegeltjes die steriel zijn.
- Weersbestendigheid: Goed winterhard tot –25 °C. Verdraagt harde wind en kortdurende droogte. Bescherm jonge aanplant tegen sneeuwbelasting.
- Levensduur: Deze groenblijvende haagplanten kunnen bij goede verzorging 20 tot 50 jaar oud worden.
Hoe snel groeit een gele leylandii?
De gele leylandii groeit 50 tot 75 centimeter (cm) per jaar en bereikt als haag een maximale hoogte van 5 meter. De groeiperiode loopt van maart tot en met september. De naalden van deze gele conifeer houden in de winter hun goudgele kleur.
Bloeit een gele leylandii?
Nee, een gele leylandii bloeit niet, maar vormt tussen maart en mei kleine bolvormige steriele kegeltjes, zonder kiemkrachtige zaden. De kegels zijn eerst groen en verkleuren in de maanden erna langzaam naar grijsbruin.
Is de gele leylandii giftig?
Nee, de gele leylandii is niet giftig voor mensen of dieren. De plant is niet geschikt voor consumptie; inname van grotere hoeveelheden kan bij mens en dier tot lichte maagklachten leiden. Bij snoei kan het harsachtige sap huidirritatie geven, vooral bij gevoelige personen. Draag bij onderhoud van deze groenblijvende haagplanten handschoenen en een veiligheidsbril om contact met huid en ogen te vermijden.
Hoe plant je een gele leylandii?
Een gele leylandii plant je in een plantgat dat even diep is als de kluit en iets breder. Zo kunnen de wortels zich goed vestigen. Meng de uitgegraven aarde met compost of tuinaarde voor een luchtige structuur en voldoende voeding. Zet de plant rechtop in het gat, bij voorkeur op een zonnige plek voor een heldergele naaldkleur.
Voor een dichte coniferenhaag zijn twee tot drie planten per strekkende meter nodig, afhankelijk van de hoogte bij aanplant. Druk de aarde stevig aan en geef direct 10 tot 15 liter water per plant. Plant tussen oktober en april en vermijd vorstperiodes om beschadiging van de coniferen te voorkomen. De goudgele leylandii is geschikt voor gebruik als haag en als solitair.
Hoe verzorg je een gele leylandii?
Een gele leylandii verzorg je door hem een zonnige standplaats te geven, twee keer per jaar te bemesten, voldoende water te geven en alert te zijn op ziekten en plagen.
- Water geven: Geef de haagplant in droge of warme periodes één à twee keer per week 10 tot 15 liter water per plant. Zorg dat de bodem vochtig blijft, maar goed doorlatend. De wortels verdragen geen drassige omstandigheden.
- Bemesten: Strooi in het voorjaar (maart/april) en opnieuw in de nazomer (augustus/september) een laagje compost of organische mest, zoals koemestkorrels, rond de basis van de planten.
- Snoeien: Snoei de gele haagconifeer tweemaal per jaar, in mei en september, om de vorm en dichtheid te behouden. Voor een strakke haag kun je in oktober voor een derde keer de leylandii snoeien.
- Ziekten en plagen: Let op symptomen van coniferenroest (roestkleurige vlekken of naaldval) en spintmijt (geelbruine verkleuring en fijne spinsels).